hit
Uiterlijk
- hit
- m [1], [2]: van Engels hit [1]
- m [3], v: van Hitland als verouderde benaming voor Shetland, in de betekenis van ‘paardje’ voor het eerst aangetroffen in 1778 [2] [3] [4]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hit | hits |
| verkleinwoord | hitje | hitjes |
de hit m
- lied dat in korte tijd zeer populair wordt
- Marco Borsato heeft al vele hits gehad.
- ▸ In 2002 en 2003 trok ik intensief op met Muskee, omdat ik zijn biografie schreef. Hij nam me mee op autoritten, waarbij hij veel klassieke muziek liet horen. Hij was verknocht aan Drenthe en liet mij de bossen en groene vlakten zien die hij zo goed kende. Hij gidste me naar het vennetje waar de regels voor zijn grootste hit 'Window of my eyes' in hem opkwamen.[5]
- (informatica) treffer bij een zoekactie
- paard uit een ras dat klein blijft
- [1] succesnummer
- [2] treffer
- [3] pony
- [1] (intensivering) gigahit, megahit, superhit, tophit
- [1] carnavalshit, daghit, kersthit, tophit
- hitfabriek, hitgevoelig, hitlijst, hitlist, hitman, hitparade, hitpotentie, hitsen, hitsig, hitsingle, hitwezen
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hit | hitten |
| verkleinwoord | hitje | hitjes |
de hit v
- (figuurlijk) (historisch) meisje als hulp in de huishouding
- Het woord hit staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hit" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 100 % | van de Vlamingen.[6] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ hit (succesnummer) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ hit (paardje) op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "hit" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
- Afkomstig van het Middelengelse hitten.
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| hit | hits |
hit
- slag
- (informatica) hit, treffer
- hit
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to hit |
| he/she/it | hits |
| verleden tijd | hit |
| voltooid deelwoord |
hit |
| onvoltooid deelwoord |
hitting |
| gebiedende wijs | hit |
hit
- overgankelijk raken
- overgankelijk slaan
- «One boy hit the other.»
- De ene jongen sloeg de andere.
- «One boy hit the other.»
- onzacht in aanraking komen
- «The ball hit the fence.»
- De bal trof de omheining.
- «The ball hit the fence.»
- geluk hebben met iets, iets winnen
- «He hit the jackpot.»
- Hij won de hoofdprijs.
- «He hit the jackpot.»
- een huurmoord uitvoeren
- «Hit him tonight and throw the body in the river.»
- Vermoord hem vannacht en gooi het lijk in de rivier.
- «Hit him tonight and throw the body in the river.»
- (kaartspel, blackjack) iemand nog een kaart geven
- «Hit me.»
- Geef me er een.
- «Hit me.»
- (sport) aantreden om te pitchen in honkbal
- «Jones hit for the pitcher.»
- Jones trad aan om te pitchen.
- «Jones hit for the pitcher.»
- (informeel) ergens naartoe gaan, langsgaan
- «We hit the grocery store on the way to the park.»
- We gingen op weg naar het park bij de groentewinkel langs.
- «We hit the grocery store on the way to the park.»
- (informeel) openen, in première gaan
- «The movie hits theaters in December.»
- De film komt in december in de theaters.
- «The movie hits theaters in December.»
- (informatica) gebruiken
- «The external web servers hit DBSRV7, the internal web server hits DBSRV3.»
- De externe webservers gebruiken DBSRV7, de interne webserver gebruikt DBSERV3.
- «The external web servers hit DBSRV7, the internal web server hits DBSRV3.»
- raken, treffen, nadeel berokkenen
- «The economy was hit by a recession.»
- De economie werd getroffen door een recessie.
- «The economy was hit by a recession.»
- (informeel) seks hebben met
- «I'd hit that.»
- Daar zou ik de koffer mee induiken.
- «I'd hit that.»
hit
- verleden tijd van hit
- IPA: /hit/
- Afgeleid van het werkwoord hisz (geloven).
hit
- hit
- Afkomstig van het Oudnoorse woord hit.
| Naar frequentie | 180 |
|---|
hit
- IPA: /xit̪/
hit m
hit g
hit
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 3
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 1 lettergreep in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Informatica in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Historisch in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 100 %
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 3
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Informatica in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Sport in het Engels
- Informeel in het Engels
- Werkwoordsvorm in het Engels
- Woorden in het Hongaars
- Woorden in het Hongaars met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Hongaars
- Woorden in het Noors
- Woorden in het Noors van lengte 3
- Woorden in het Noors met audioweergave
- Woorden in het Noors met IPA-weergave
- Bijwoord in het Noors
- Woorden in het Pools
- Woorden in het Pools met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Pools
- Woorden in het Zweeds
- Woorden in het Zweeds van lengte 3
- Zelfstandig naamwoord in het Zweeds
- Bijwoord in het Zweeds