confuse
Uiterlijk
- con·fu·se
confuse
- verbogen vorm van de stellende trap van confuus
- Het woord confuse staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Geluid: confuse (VK) (hulp, bestand)
- IPA: /kənˈfjuːz/ (VK)
- Afgeleid van Anglo-Normandisch confus, Latijn cōnfūsus (< confundere)
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to confuse |
| he/she/it | confuses |
| verleden tijd | confused |
| voltooid deelwoord |
confused |
| onvoltooid deelwoord |
confusing |
| gebiedende wijs | confuse |
confuse
- overgankelijk door de war gooien, verwarren
- overgankelijk (grondig) dooreenmengen, vermengen
- onovergankelijk in de war raken
confuse
- vrouwelijk enkelvoud van confus
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 7
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 7
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Werkwoord in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels
- Onovergankelijk werkwoord in het Engels
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 7
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Frans