close
Naar inhoud springen

Denotatie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Denotatie is het proces van verwijzing naar de letterlijke betekenis van een woord. Het woord denotatie is afgeleid van het Franse dénotation.

De term staat naast het begrip connotatie, dat wil zeggen bijkomende betekenissen die afhangen van de context.[1] Vervolgens is het denotatum datgene in de werkelijkheid waarnaar verwezen wordt. Een teken denoteert dus een echt bestaand object.

Het denken over denotatie heeft een lange geschiedenis.[2] Volgens de semioticus Umberto Eco is de denotatie als eigenschap gezien van drie dingen:

  1. enkelvoudige termen (appel, ding, paard);
  2. declaratieve zinnen (vaak een stelling, zoals ik ben ziek);
  3. naamwoordgroepen en definiete beschrijvingen (een eigenschap van specifieke/bepaalde naamwoordgroepen).

Het is daarbij steeds de vraag of denotatie nauw verband houdt met de betekenis (intensioneel) of verband houdt met verwijzing (extensioneel). Dat standpunt kan per geleerde verschillen.[3] Hoe dan ook, denotatie kan alleen maar werken als de woorden vaststaan binnen een bepaalde taal. Het gaat om het pure benoemen zonder meer. De connotatie wordt vervolgens door cultuur bepaald.[4]

Het aanduidingsproces hangt af van de dingen in de werkelijkheid, want alleen op basis daarvan kan er een denotatum zijn of niet. Charles W. Morris stelde hierover: Where what is referred to actually exists as referred to the object of reference is a denotatum. Het woord draak heeft een denotatum als het gaat over mythologie en dus over de mogelijke wereld van het mythologische verhaal. Er wordt dan verwezen naar een specifieke fictie die als zodanig een object is. Als het echter over evolutie of dierkunde gaat, dan heeft het woord geen denotatum.[4] Toch is het woord niet zonder betekenisinhoud, er kan wel een voorstelling van gemaakt worden, en daarom gebruikt Morris ook nog het begrip significatum. In een bepaalde context is er bij denotatie weliswaar geen denotatum, maar desondanks wel een significatum.

Het eenhoorn-probleem

[bewerken | brontekst bewerken]

Pogingen om het begrip denotatie te formaliseren in de semantiek, een deelgebied van de semiotiek, gaan doorgaans uit van de verzamelingenleer. In de eerste semantische theorieën, verschenen gedurende de tweede helft van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, duidt een zelfstandig naamwoord als paard de verzameling paarden in de wereld aan.

John Stuart Mill

[bewerken | brontekst bewerken]

Een goed voorbeeld is de theorie van John Stuart Mill. Deze theorieën stuitten echter vrij snel op problemen met woorden als eenhoorn, die wel degelijk een verzameling lijken aan te duiden maar waarvan geen concrete individuen in de wereld te vinden zijn. Hierdoor zou een woord als eenhoorn naar de lege verzameling verwijzen. Vermits er maar één lege verzameling bestaat, betekende dit dat eenhoorn zou verwijzen naar dezelfde verzameling als draak, wat tegenintuitief is. Dit zou namelijk willen zeggen dat een zin die waar is als het over eenhoorns gaat - "eenhoorns lijken erg op paarden" - evenwel waar moet zijn ten opzichte van draken - "draken lijken erg op paarden".

Gottlob Frege

[bewerken | brontekst bewerken]

Deze en andere problemen in de formalisering van denotatie houden al generaties filosofen en linguisten aan het werk: Gottlob Frege stelde in Over zin en betekenis een verbeterde theorie voor, die door het gebruik van twee niveaus, Sinn (zin) en Bedeutung (betekenis of denotatie), o.a. het eenhoorn-probleem kon ontwijken. Door te stellen dat een woord eerst naar een bepaalde zin, een "Art des Gegebenseins" of manier van weergave verwijst en daarna pas naar een object in de werkelijkheid, kan men uitleggen hoe een eenhoorn en een draak van elkaar verschillen. Ze verwijzen allebei effectief naar de lege verzameling, maar op een andere manier: de ene via het beeld van een wit paard met één enkele lange hoorn, de andere via een weergave van een hagedisachtig, vuurspuwend, vliegend beest. Deze zin stelt evenwel in staat van de voorwaarden op te stellen waaraan een object moet voldoen om in de verzameling aangeduid door een bepaald woord te mogen. Het woord paard kan bijvoorbeeld het beeld hebben van een vierbenige herbivoor die berijdbaar is door de mens. De voorwaarden om paard te zijn, om tot de verzameling paarden te mogen horen, die hierin te vinden zijn zijn (1) vierbenig, (2) herbivoor en (3) berijdbaar door de mens. Dit is daarom een vrij slechte zin, omdat ezels evengoed aan de voorwaarden voldoen. Om zo precies mogelijke voorwaarden op te stellen, zou men een biologische definitie van een paard moeten opstellen.